
woensdag, 13 april 2011 09:34
U heeft allemaal kennis genomen van het voornemen van de regering om de griffierechten (het bedrag dat procespartijen betalen aan justitie om hun zaak door een rechter te laten behandelen) te verhogen. Enerzijds is sprake van een verhoging van bestaande rechten, anderzijds bestaat het voornemen om partijen die voorheen niets betaalden, ook te laten betalen. Er is nog weinig bekend over de exacte hoogte van de nieuwe tarieven, maar dat het om forse bedragen zal gaan dat is duidelijk.
Vanuit diverse geledingen van de samenleving, ook de advocatuur, is al geprotesteerd tegen het voornemen. Zonder uitzondering wordt gewezen op het onbetaalbaar worden van procedures voor particulieren, kleine zelfstandigen en andere groepen die financieel in minder goede doen zijn. Hierdoor zou de toegang tot het recht worden geblokkeerd, hetgeen een in de Grondwet verankerd grondrecht is.
Een aantal malen is ook gewezen op het effect dat dit zal hebben op betalingsmoraal van mensen. Als het namelijk heel erg duur wordt om een vordering te incasseren, zal er sneller voor gekozen worden om af te boeken. Dit lijkt me alleen juist als er discussie ontstaat over de aan de factuur ten grondslag liggende dienst of levering. In dat geval is de uitkomst vaak ongewis en wegen de kosten niet op tegen de baten. Met de verhoging van het griffierecht wordt dat effect versterkt. Bij onbetwiste vorderingen wordt de veroordeelde partij echter doorgaans ook veroordeeld in de proceskosten, inclusief het griffierecht, zodat daarvoor de verhoging geen verschil maakt. De rekening wordt toch doorgeschoven.
Ik denk overigens wel dat het juist is om te veronderstellen dat de verhoging van het griffierecht mensen ervan zal weerhouden om te procederen. Als daarmee afstand wordt gedaan van terecht ingeroepen rechten, is dat een kwalijke zaak. Een schone taak voor mij als advocaat om daar wat aan te doen.
Allereerst is van belang te constateren dat de verhoging van het griffierecht voor alle partijen geldt en dat daardoor dus meteen ook weer een soort van evenwicht ontstaat. De wederpartij zal ook niet meer zo happig zijn om te procederen. Het is belangrijk om dat in te zien want dat biedt de basis om op een andere wijze tot beslechting van het geschil te komen, zonder meteen de handdoek in de ring te gooien.
Het zwaartepunt van een grote hoeveelheid zaken zal verschuiven naar de schikkingfase, waarbij het aankomt op het onderbouwen van de wederzijdse standpunten, het beoordelen daarvan en het onderhandelen over een mogelijke schikking. Nu de meeste rechtsproblemen niet “zwart-wit” zijn en het niet altijd even helder is wie het gelijk aan zijn kant zal krijgen van de rechter, is er aan beide zijden een belang om tot een oplossing te komen anders dan via een procedure.
Dit vraagt dus niet langer meer om een advocaat die meteen met een dagvaarding staat te zwaaien, maar om een advocaat die in staat is om de juridische positie van beide partijen te beoordelen en te beoordelen hoe een rechter zal oordelen, mocht het alsnog op een procedure uitdraaien. Die analyse van de juridische positie van de cliënt dient vervolgens te worden omgezet in een schikking die recht doet aan die positie.
De spreekwoordelijke procestijger zal plaats moeten maken voor een onderhandelaar die vanuit het belang van zijn cliënt een zo goed mogelijk schikkingresultaat probeert te behalen. Lukt dat niet en is het belang dusdanig groot, dan kan alsnog de procestijger worden losgelaten.
Met het voorgaande wordt de enkele prijsverhoging van het griffierecht niet opgelost, maar aan het voorkomen dat die kosten moeten worden gemaakt, zitten nog zeer veel andere voordelen. Voorkomen wordt dat een zaak lang blijft slepen en naast het griffierecht worden ook de proceskosten van de advocaat bespaard.
Naast een ander type advocaat zullen ook rechtzoekenden een andere houding moeten aannemen. Het zou immers wel eens erg kostbaar kunnen worden om een advocaat in de arm te nemen die hard met de vuist op tafel slaat en direct overgaat tot dagvaarden.